Internet-woordenboek

A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z

A

A:
Een opdracht om een bookmark toe te voegen in UNIX -programma's zoals Gopher en Lynx.

AAT:
Afkorting van Average Access Time. Gemiddelde toegangstijd tot informatie die is opgeslagen op een gegevensdrager.

Access database:
Een RDBMS-database van Microsoft. Access is onderdeel van het Microsoft Office-pakket.

Access file: Een tekst-bestand genaamd qtaccess die informatie over gebruikers en groepen bevat die gemachtigd zijn om media in de folder/directory te bekijken waarin de access file wordt opgeslagen.

Access Point: Hard- of software die samen met een computer wordt gebruikt die als communicatie-hub dient voor draadloze cliënten en dezelfde infrastructuur verstrekt als een network bridge aan een bekabelde LAN.

Account: Een account is een abonnement bij een provider. Uw account is beveiligd door een loginnaam en uw persoonlijke wachtwoord.

Access: Om informatie van een schijf of informatiedienst te krijgen.

Access file: Een tekst-bestand genaamd qtaccess die informatie over gebruikers en groepen bevat die gemachtigd zijn om media in de folder/directory te bekijken waarin deze access file is opgeslagen.

Access Point: Hardware die een draadloze interet/netwerk-verbinding mogelijk maakt voor laptop en desktop computers.

ActionScript: een scriptingtaal, ingebed in Macromedia Flash.

Activate: Om een non-actief venster actief te maken door ergens in het venster te klikken.

Active Window: Het venster in de voorgrond op het scherm, het venster waar de volgende actie zal plaatsvinden. De titelbalk van het actieve venster is meestal donkerder dan van de achterliggende vensters.

ADB (Apple Desktop Bus) : poort op oudere Apple-computers die geb ruikt werd voor toetsenbord, muis en d-andere inputsystemen zoals grafische tabletten of streepjescodelezers. ADB is tegen woordig vervangen door USB (Universal Serial Bus).

ADC: Een ADC-kabel draagt tegelijk video, USB en stroom.

ADSL : Asymmetrical Digital Subscriber Line. Momenteel de meest gebruikte vorm van internet toegang. Zeer hoge snelheid, bijna overal in België beschikbaar! Grote voordelen zijn de snelheid en dat er geen telefoonkosten zijn!

AIFF: Een digitale audio-bestand die door audio- en videoprogramma's kan gebruikt worden. AIFF staat voor Audio Interchange File Format.

AIM (ATA Interface Module): Om ATA-harde schijven te connecteren.

AirPort-Ready: Een Apple-computer met Airport-antenne of Airport-compatibele PC-card geïnstalleerd.

Anonymous FTP: FTP staat voor File Transfer Protocol, een manier om bestanden van de ene computer naar de andere te kopiëren. Met anonymous FTP hebt u toegang tot een FTP-server zonder dat een loginnaam of wachtwoord nodig is. Dit wordt meestal gebruikt voor het ophalen of plaatsen van bestanden door groepen gebruikers.

ANSI: het Amerikaanse Nationale Instituut van Normen.

Apache: Apache is een der meest gebruikte web-servers en is in 1995 ontwikkeld door een groep die later The Apache Group zou worden. De Apache HTTP Server is Open Source Software en wordt door gebruikers erkend als zijnde snel, uitbreidbaar en veilig. De naam komt origineel uit het minder robuuste verleden van dit project ('A patchy Web server')

Apestaartje: Het apestaartje, "@", staat in een emailadres tussen de loginnaam en het domein. Het wordt uitgesproken als 'at' (Engels).

Application: Software die voor een bepaald doel zoals financiën, onderwijs, of tekstverwerking kan dienen.

Array: Een array is een enkele programmeer-variabele met meerdere "compartimenten". Elk compartiment kan een waarde (value) bevatten.

Arrow Keys: De pijl-toetsen op een toetsenbord waarmee men in de richting van de aangegeven pijl kan bewegen.

ASP: Active Server Page. Een HTML pagina die scripts bevat (VBScript of JavaScript) die door een webserver worden geïnterpreteerd voordat de pagina aan de gebruiker wordt getoond. ASP pagina's eindigen met de extensie ".asp". Omdat ASP pagina's dynamisch worden gegenereerd, stellen ze u in staat uw web inhoud op maat te maken voor de klant.

Attachment: U kunt bijlagen (attachments) versturen met een emailbericht. Dit kan variëren van een tekstbestand tot een afbeelding of iets dergelijks.

Auto-Repeat: Om opnieuw en opnieuw te gebeuren. De toetsen op een toetsenbord zijn Auto-Repeat toetsen. Als u er één ingedrukt houdt, dan zal de computer het karakter blijven herhalen.

Auto-respons: Een geautomatiseerd email-antwoord die wordt verzonden in reactie op elk mailtje dat op een specifiek email adres binnenkomt. U kunt bijvoorbeeld een auto-response gebruiken om automatisch elke klant die u via email benadert een standaard "Bedankt" mailtje te sturen.
Voor elk email adres en elke alias op uw mail-account kunt u een aparte auto-response opzetten.

AVI: (Audio Visual Interleave) Een Windows video-bestandsformaat.


B
Bandwidth
: of bandbreedte meet de hoeveelheid data, getransfereerd tussen twee computers/servers op het internet. Wordt meestal gemeten in bytes (kilobytes, gigabytes, enz.) en is belangrijk voor iedere website-eigenaar.

BIOS: basic input/output system.

Browser
: Een programma om mee te surfen op het internet. Netscape en Explorer zijn twee voorbeelden van een browser.

bSMTP : Batched Simple Mail Transfer protocol. Dit is een manier om met een inbelaccount, meerdere emailadressen te creëren. U heeft hiervoor nodig: een vast IP-nummer, dat wordt gekoppeld aan uw loginnaam, en een host- of domeinnaam. Tevens heeft u een mailserver-programma nodig, die de email kan ontvangen en distribueren.


C
CGI-scripts:
Common Gateway Interface. Een CGI-script is geschreven in Perl of C+ of een andere taal en geeft web pagina's meer functionaliteit. Voorbeelden zijn een formulier of een counter. Een belangrijke toepassing van een cgi is het verbinden van een web pagina met een database.

Coldfusion: Coldfusion is een zeer populaire scripting-taal, gebruikt voor dynamic-content (dynamisch, server-gestuurd) sites. Het ondersteunt een aantal databases zoals MS Access, dBASE, FoxPro, and Paradox. Meer info vindt u op http://www.macromedia.com/software/coldfusion/

Connect Time: De hoeveelheid tijd nodig om informatie te bereiken.

Compressie: Het proces om de datagrootte in een bestand te verkleinen.

Computer: Een machine die woorden en cijfers sneller verwerkt dan wij ze kunnen schrijven en berekenen. Een computer op zich is niet bepaald creatief of intuïtief maar wel goed voor repetitieve taken.

Cron: Een linux commando dat gebruikt wordt om jobs te schedulen zodat ze op een bepaalde tijd in de toekomst worden uitgevoerd, meestal periodiek of regelmatig. Als u cron als een daemon proces gebruikt, runt het voortdurend en reageert het op specifieke events.

CRT: Cathode Ray Tube. Een beeldscherm met beeldbuis.

Cursor: Ook gekend als pointer. Meestal een pijl of kruis, dewelke gecontroleerd wordt door een muis, trackpad, trackball, stylus of joystick.

Cut and Paste: Om data van de ene naar de andere plaats te verplaatsen in een document. Het computer-equivalent van schaar en lijm.


D
DAC
: digital-naar-analog converter.

Datacenter: Een veilige locatie voor webhosting servers die speciaal ontworpen is om fysieke- en netwerk-beveiliging te bieden voor de servers en de data die daar staan.

Dataverkeer: Als iemand een website opvraagt, stuurt de webserver het bestand naar de webbrowser van die persoon. Dit wordt dataverkeer genoemd. De hoeveelheid dataverkeer die een bezoeker genereert, hangt af van de grootte van de bestanden die hij of zij opvraagt. Een link naar pagina's of plaatjes op een andere server dan die van Comsa genereert geen dataverkeer voor Comsa. De bestanden worden dan immers door die andere servers doorgestuurd.

DNS: Domeinnaam-server (domain name server) is een gedistribueerd netwerk van servers waarin IP-adressen (bv. 192.186.1.1) worden vertaald in host-names (domeinnamen). DNS-servers worden gebruikt op het internet en sommige private netwerken.

Domein/Domeinnaam: Tegenwoordig is het bijna noodzakelijk dat bedrijven hun bedrijfs- of merknaam als domein registreren. De domeinnaam van Reclame- & Mediabureau Comsa is bijvoorbeeld www.comsa.be. U kunt zelf ook een domein aanvragen. Een domein moet altijd geregistreerd worden voordat u er iets mee kunt, zoals email op eigen domein of een homepage op eigen domein. De registratieprocedure loopt via een Internet Service Provider (zoals Comsa). Klik hier voor meer informatie over het registreren van een domein en de soorten diensten die u er op kunt aanvragen.

Downloaden: Downloaden is het laden van programma's of teksten (tekst, afbeeldingen of films) vanaf Internet op de harde schijf van uw eigen computer.


E
Email: Email staat voor electronic mail. Met een emailprogramma kunt u via Internet berichten versturen van uw eigen PC naar de PC van een andere Internetgebruiker. Om email te kunnen sturen en ontvangen heeft u een eigen emailadres nodig. Uw emailadres is uw eigen 'postbus' op Internet. U kunt er een huren bij een Internetprovider. Meestal ziet een emailadres er zo uit: uwnaam@provider.land. Bij Comsa is het emailadres: loginnaam@comsa.be. Als u uw eigen domeinnaam heeft geregistreerd is uw emailadres als volgt: ……..@eigendomeinnaam.be

E-mail forwarders en aliassen : Soms is het nodig om email door te sturen (forwarden) naar andere mailboxen. Dit kan remote gedaan worden door een forward en lokaal door een alias.

Emailserver: Een emailserver is een computer die alle inkomende en uitgaande email verwerkt. De uitgaande email wordt door de emailserver doorgestuurd naar het juiste adres en de binnenkomende email wordt bij de mailbox van de ontvangende partij afgeleverd.


F
FAQ: Frequently Asked Questions (meest gestelde vragen). De meest gestelde vragen over internet heeft Comsa op een rijtje gezet (link).

Frontpage: Een WYSIWYG-editor van Microsoft (WYSIWYG = What You See Is What You Get; Wat u ziet is wat u krijgt).

FTP: Met FTP (File Transfer Protocol) kunt u bestanden kopiëren van de ene computer naar de andere. Dit kunnen programma's zijn, maar ook teksten of afbeeldingen.


G
...



H
Homepage: Een homepage is officieel de eerste pagina van een website.

Hostnaam: Een computer die op een netwerk is aangesloten, wordt een 'host' genoemd. Of het nu gaat om een computer met een enorm mainframe of een PC met een gebruiker. De 'hostnaam' is dus de naam van die computer.

HTML: Staat voor Hyper Text Markup Language; de 'taal' waarin webpagina's zijn geschreven voor het World Wide Web. Kenmerken van deze 'taal' zijn dat er 'links' naar andere webpagina's opgenomen kunnen worden en dat de opmaak met (HTML-)codes wordt gedaan.

HTTP: Hyper Text Transfer Protocol: het protocol waarmee webpagina's op het World Wide Web worden geadresseerd. De officiële adressering van bijvoorbeeld de webpagina van Comsa is: http://www.comsa.be. De meeste moderne browsers vullen 'http://' standaard in; u hoeft dit dan zelf niet meer in te voeren.

Hyperlink: Een hyperlink is een automatische verwijzing naar een andere plaats op het World Wide Web. Een hyperlink is meestal te herkennen aan de gekleurde en onderstreepte tekst. Als u met de muis over de link beweegt, verandert uw muispijltje in een handje. Door op deze tekst te klikken, wordt automatisch de betreffende pagina opgehaald (geladen).



I
IMAP: Internet Mail Application Protocol. Standaard op het internet voor het ophalen van de email. Vooral veel gebruikt in combinatie met Webmail of een mobiele dienst.

Internet: Internet is ontstaan als project van het Amerikaanse ministerie van Defensie eind jaren zestig, om zo veilig mogelijk te kunnen communiceren, bijvoorbeeld in oorlogssituaties. Later werden ook universiteiten, onderzoekscentra en bedrijven aangesloten.

IP-adres: IP-adres staat voor Internet Protocol-adres. Elke computer die met het Internet is verbonden, heeft een IP-adres. Dat zijn 4 getallen met waarden tussen 0 en 255, gescheiden door punten (123.123.123.123). Aan de hand hiervan weten routers (de computers die het dataverkeer op Internet regelen) welke datapakketjes naar welke computer gestuurd moeten worden. Er zijn geen twee computers met hetzelfde IP-adres, zodat elke computer uniek is. Ook uw computer heeft een IP-adres als u verbinding heeft met het Internet.

IP-adres, vast: Soms is het wenselijk om telkens hetzelfde IP-adres te hebben. In zo'n geval kunt u een vast IP-adres aanvragen. Dit houdt in dat er bij uw provider een IP-adres voor u gereserveerd wordt. Elke keer dat u inbelt, krijgt u dat IP-adres toegewezen en niemand anders kan dat IP-adres krijgen. Als het IP-adres van u is, mag u het ook een naam geven.

ISDN: ISDN is een digitale telefoonlijn, waarover een grote hoeveelheid gegevens tegelijk kan worden verzonden. Internetten via ISDN gaat veel sneller dan via een analoge lijn. Voor een ISDN verbinding hebt u een digitale telefoonlijn nodig (kunt u door de Belgacom laten installeren) en een ISDN-kaart of adapter, die u zelf kunt installeren.



J
Javascript: Een scriptingtaal die zowel clientside (op de pc van de sit-bezoeker), ales serverside (op de server) uitgevoerd kan worden.


K
...


L
Loginnaam : Uw loginnaam is uw gebruikersnaam bij Comsa en ook het eerste gedeelte van uw emailadres. Als u via een mail-programma of via browser uw e-mail raadpleegt, heeft u altijd een loginnaam en een wachtwoord nodig.


M
Modem: Modem is een samenvoegsel van modulator/demodulator. Een modem zet digitale data van de computer om in een analoog signaal, zodat het over een analoge telefoonlijn verstuurd kan worden. Op die manier kan uw computer communiceren met de computers van Comsaweb en de rest van het Internet. De communicatie vindt plaats met behulp van modemprotocollen en op bepaalde snelheden.

MP3 streams: Dit heeft de bezoeker de mogelijkheid om te luisteren naar audio-files zonder deze te hoeven downloaden. De files kunnen beluisterd worden terwijl de data binnenkomt.

MySQL database: Dit is een RDBMS-database. Deze database spreekt "SQL" en is ideaal als back-end voor dynamic-content websites. Meer info vindt u op http://www.mysql.com.



N
Newsgroups of nieuwsgroepen
Een nieuwsgroep is een verzameling artikelen of berichten over een bepaald onderwerp. Het verschil tussen email en een nieuwsgroep is, dat u met email een bericht stuurt naar één persoon of een afgebakende lijst van personen, terwijl een bericht in een nieuwsgroep een bijdrage is aan een openbare discussie met een onbekend aantal deelnemers. Met een posting (een email aan een nieuwsgroep) stuurt u een bericht aan een lijst waarop mensen zich kunnen abonneren ('subscriben'). Iedereen kan deelnemen aan de discussie. Dat wil zeggen: iedereen kan de berichten lezen, zelf berichten plaatsen (posten) of op een specifiek bericht reageren. Die reactie kan dan weer door anderen gelezen worden. Deelname aan een nieuwsgroep is gratis en u kunt elk moment 'unsubscriben'



O
ODBC
Open Database Connectivity. Database standaard vooral gebruikt binnen Windows omgevingen.


P
PHP: Een scripttaal die in combinatie met HTML gebruikt kan worden. PHP kan gebruikt worden om dynamisch gegenereerde pagina's te maken, bijvoorbeeld voor de koppeling met een database. Meer info vindt u op http://www.phpbuilder.com.

POP: Post Office Protocol. De standaard voor het ophalen van elektronische berichten via Internet. Tegenwoordig ook wel POP3 genoemd.

Protocol: Een protocol - althans in de Internet-context - is een gestandaardiseerde afspraak betreffende data-transmissie: een soort netwerktaal dus. Verschillende protocollen verzorgen verschillende manieren van data-transmissie en gegevensraadpleging.

Provider: Een provider is een bedrijf dat de klant toegang verschaft tot bepaalde internetdiensten. De twee meest voorkomende types providers zijn toegangsproviders en hostingproviders.
Toegangsproviders of ISPs (Internet Service Provider) zijn bedrijven die uw computer aansluiten op internet en waarmee u toegang hebt tot e-mail, nieuwsgroepen, alle websites ter wereld en nog veel meer. U maakt bijvoorbeeld gebruik van een toegangsprovider om deze website te raadplegen.
Webhostingproviders zijn bedrijven die infrastructuur en diensten verhuren om websites ter beschikking te stellen van het grote publiek.

Proxyserver: Providers hebben meestal een proxyserver om de snelheid van de verbinding te bevorderen. Wanneer bijvoorbeeld een pagina in Amerika wordt bezocht, wordt deze opgeslagen door de proxyserver. Wordt de pagina daarna weer bezocht, dan hoeft deze niet helemaal uit Amerika gehaald te worden. Het wordt dan gewoon van de proxyserver gehaald. Vooral in de avonduren, wanneer het erg druk is op Internet, zult u hier zeer veel snelheidswinst mee boeken.



Q
QOS: Afkorting van Quality Of Service. Gegarandeerde snelheid (en daardoor kwaliteit) van gegevensoverdracht. Ook tijdens piekuren hebben gebruikers geen last van snelheidsverlies. Zie ook I2.

QTVR: Afkorting van Quick Time Virtual Reality. Hulpprogramma, ontwikkeld door Apple, voor het maken van driedimensionale objecten in virtual reality. Zie ook VRML.

Query: Zoekopdracht in een database.

Queue: Lijst van opdrachten (bijvoorbeeld bij e-mail ) in een wachtrij, die klaar is om verwerkt te worden. Heel bekend is het gebruik van een wachtrij bij afdrukken op een printer.

Quick and Dirty: Afgekort Q&D, snel en vuil. Aanduiding voor snel en slecht geprogrammeerde software.

QuickTime: Mogelijkheid om met een bepaald bestandsformaat filmbeeldjes te tonen op het World Wide Web. Quicktime is afkomstig van het Apple-platform, gebruikt het JPEG -bestandsformaat en kan ook binnen Windows gebruikt worden. Zie ook JPEG.


R
Raw: RAW-bestanden zijn de onbewerkte, ongecomprimeerde bestanden die je met een spiegelreflexcamera maakt. Het zijn een soort digitale negatieven. Deze bestanden zijn groot omdat de bestandsgrootte en de beeldkwaliteit niet worden aangepast. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom professionele fotografen met RAW-bestanden werken.

Responseform/Formmail: Een script dat er voor zorgt dat een formulier op een website automatisch naar een email adres wordt gestuurd. Vervolgens kunnen de gegevens worden verwerkt.


S
Search engine: Een (meestal web-gebaseerd) systeem om informatie te zoeken op het Web. Sommige search-engines zoeken systematisch het internet af en slaan de resultaten hiervan op in een database. Andere search engines slaan specifieke informatie op in hun database en weer andere gebruiken beide technieken.

Server:
Een server is een toestel in een netwerk (internet) die diensten levert aan gebruikers in het netwerk, zoals gemeenschappelijke toegang tot bestanden (file-server, web-server), controle over een printer (print-server) of het opslaan en distribueren van berichten in een mail-systeem (mail-server).

SLA Service Level Agreement.: Hiermee wordt de kwaliteit en de beschikbaarheid van een dienst aangeduid.

SMTP: Simple Mail Transfer Protocol. De standaard voor het versturen van elektronische berichten via Internet. Zie ook bSMTP.

SSI: Server Side Includes. SSI is een onderdeel van CGI dat het mogelijk maakt scripts in verschillende bestanden en je lay-out van de eigenlijke content te scheiden. Daardoor kun je tijd en ruimte besparen als veel code steeds hergebruikt wordt, zoals bij het maken van een menu.

SSL: Secure Sockets Layer. SSL wordt aanzien als de standaard veiligheidsbenadering voor browsers en servers. Op deze manier kan de uitgewisselde informatie niet door derden worden afgeluisterd.



T
TCP/IP: TCP/IP of Terminal Control Protocol / Internet Protocol is het onderliggende protocol dat de basis vormt voor de andere internetprotocols, zoals HTTP en FTP. TCP/IP kan gezien worden als een soort netwerk-esperanto, waarmee allerlei verschillende hardware en software vlekkeloos met elkaar kan communiceren.

TLD (top level domain): De TLD of Top Level Domain is de extensie van uw domeinnaam. Voor het domein comsa.be is .be de TLD. Andere TDL's zijn .be, .com, .net, .org, .biz en .info.

Trafiek: Dit is de limiet aan trafiek die uw website kan hebben per maand. Het is onmogelijk om dit te linken aan een bepaald aantal bezoekers, daar dit volledig afhankelijk van de website zelf (aantal/grootte afbeeldingen, tekst, downloads, ...).



U
Upload: Het versturen/kopiëren van bestanden naar de server toe.

URL: Uniform Resource Locator. Het adres van websites op Internet.



V
VPN: Virtual Private Network. Netwerk binnen een netwerk. Speciaal bedoeld om beveiligde verbindingen tussen twee of meerdere locaties op te zetten.


W
Webhosting: Algemene benaming voor het verzorgen van de registratie en verwijzing van een domeinnaam naar een plek op de server van de provider.

Webinterface: Een webinterface geeft de gebruiker de mogelijkheid om zijn eigen server geheel via een gebruiksvriendelijk menu te beheren. Dit vereenvoudigt het beheer enorm.

Webserver: Een webserver is een server die specifiek wordt ingezet voor het dienen van websites. De server ontvangt verzoeken van bezoekers die webpagina's opvragen. Hij verwerkt die aanvragen, evenals bijkomende opdrachten zoals het uitvoeren van programmatuur en het bijhouden van logfiles, en stuurt de afgewerkte webpagina's terug naar de bezoeker van de website.

Website: Een website of kortweg 'site' is een plek op Internet die bestaat uit verschillende webpagina's of HTML-documenten. Startpunt op een website is de homepage. U kunt doen wat u wilt: informatie geven over hobby's, een filmpje afspelen over een interessant onderwerp, of een professionele zakelijke site maken, waarop u uw bedrijf introduceert e.d.

Webspace: De ruimte op een server waar website-documenten worden geplaatst. De hoeveelheid webspace in een hosting-pakket bevat ook de opslag van email-accounts. Om optimaal gebruik te maken van webspace is het aangeraden om emails meteen na het ophalen te verwijderen van de server.

Web statistics: Een grafische voorstelling van het aantal bezoeken op uw site (naargelang land, gebruikte browser, aantal bezoekers per uur-dag-maand-jaar).

Workstation: Een werkstation is een beetje zoals een computer. Een werkstation haalt daarentegen zijn gegevens en programmatuur van een server en wordt enkel gebruikt voor verwerking van die gegevens.



X
XHTML: XHTML combineert XML en HTML (4) en geeft ontwikkelaars een taal conform het XML-formaat, HTML daarentegen is gebaseerd op SGML. XML is veel eenvoudiger te ontleden als SGML en er zijn standaarden beschikbaar zoals XSLT, XPath en XQuery om XML-documenten te manipuleren. Jammer genoeg is er weinig support in browsers, waarbij bv. Internet Explorer het XHTML mime type 'application/xhtml+xml' niet ondersteunt.

XSL: Extensible Markup Language, of XSL, is een taal die beschrijft hoe XML-content wordt geformatteerd.

Y
YE: domeinnaam-extensie voor Jemen.
YU: domeinnaam-extensie voor het voormalige Joegoslavië.


Z
Zoekstring: (searchstring) Serie woorden waarop gezocht wordt door een zoekmachine.

v.4.0 © 2008 Comsa!-----